Tasmaniƫ 3


17 januari mocht ik naar de tandarts in Hobart, weinig over te vertellen, prima praktijk, aardige tandarts en dito assistentes. In een half uurtje stond ik weer buiten en was ik ca. $330,- lichter. Nu nog even zien te declareren bij de verzekering.


De bus

De volgende dag echter was een veel grotere dag! De dag dat het over was met kamperen en zoeken naar bomen om de hangmat op te kunnen hangen! Het was 18 januari. De dag dat ik mijn eigen busje op mocht halen in Hobart! Ik stond als eerste in de rij en mocht als laatste eindelijk met m’n (nagenoeg) gloednieuwe bus vertrekken. Bleek dat ik nét een paar tientjes te weinig tegoed op m’n creditcard had staan voor de borg. Na wat gehannes met m’n tweede creditcard en een belletje naar de Rabobank werd dit gelukkig heel soepel opgelost en kon ik de bus “de mijne” noemen voor de komende 2 weken.

Ik geloof niet dat ik in eerdere blogs al geschreven heb over het links rijden én in de bergen rijden én off-road rijden over bumpy roads. Nou dat is nog wel een dingetje hoor! De eerste twee weken zat Tim als een volleerd rij instructeur naast me. Heel rustig en bedaard heb ik hem wel 100 keer horen zeggen ”Even terugschakelen naar z’n drie Sjak”. Die jongen heeft koud zijn rijbewijs en nu al maak je hem niet gek op de weg. Dat heeft ie vooral van zijn vader en niet van mij! En dan zijn daar de bruggen…hoe hoger hoe enger.


Die van Hobart spant de kroon, er zijn er ook wat minder hoog, maar met een beetje wind heb je het gevoel dat je met de bus zo in het water waait. Het voelt soms wel alsof ik weer helemaal opnieuw moet leren autorijden.



Sanitair

Anyway, dat is inmiddels gelukt! We toeren gezellig achter elkaar aan en hebben nu allebei onze eigen ruimte met onze eigen orde. Tel daar bij de luxe van 2 keukens op en dan besef je dat we het goed voor elkaar hebben. Ook het zoeken naar een slaapplaats is nu een stuk makkelijker omdat we geen bomen meer nodig hebben voor de hangmat of een beschutte plek voor het tentje. Staat toch wel wat verdacht zo’n tentje naast een bus op een parkeerplaats.  We hebben een paar keer wel op een camping gestaan, maar genieten toch meer van de vrijheid van een eigen gekozen spot. Campings zijn soms toch wat vol en lawaaiig. Ze hebben vaak maar 1 wc en geen douches, dus daar heven we het niet voor te doen. Ik heb overigens mijn persoonlijk record verbroken in het niet douchen….13 dagen lang heb ik gepoedeld in de zee of met een washandje en flesje water wat aangeklooid. En eerlijk…, ik vind het eigenlijk allemaal wel best. Totdat ik gister bij het strand een koude buitendouche zag! Wiehaaaaa, die was voor mij. Mijn haren had ik voor het laatst op Schier met zeep gewassen, dat was inmiddels dus een volle maand geleden. Het voelde aan als touw, maar zag er verder gelukkig niet vet uit. Ook meteen maar even een handwasje gedaan, want wie weet hoe lang het weer duurt voordat we van stromend kraanwater gebruik kunnen maken.


Brand!

Wat vooral voor Tasmanië een catastrofe is zijn de bosbranden. Het is sinds 1967 hier niet meer zo te keer gegaan. Maar ook voor ons een flinke domper omdat de Nationale Parken die we toch nog wel heeeeel graag willen zien allemaal zijn getroffen en daarmee ook afgesloten voor bezoekers. We hangen nu al bijna 2 weken wat rond aan de zuidoostkant van Tasmanië en ook hier zijn de branden zichtbaar en voelen we ons soms een beetje opgejaagd omdat er iedere dag op de website van Fire Tas wel weer een nieuwe brand staat vermeld. We hebben dagen gehad dat we niet of nauwelijks zicht hadden vanwege de rook. Tim heeft veel te regelen voor de verkoop van zijn busje en het vinden van werk en ik ben me ook aan het voorbereiden op mijn volgende trip. We zijn intussen behoorlijk op elkaar ingespeeld en na de eerste weken van aftasten hebben we nu een modus gevonden die voor ons beiden past. Iedere dag is weer een nieuwe dag en iedere dag bestaat uit het zoeken naar de ultieme slaapplaats en zorgen dat we lekker eten. We wandelen nog wel veel, maar de teleurstelling van het niet kunnen hiken in de Nationale Parken zorgt wel voor wat minder enthousiasme bij ons allebei. Maar vervelen doen we ons eigenlijk niet!


Avontuur

We zijn naar Bruny Island geweest voor 2 dagen. Met de bussen op de veerboot, net als thuis. We hebben een paar kleinere Nationale Parken bezocht met mooie (steile) hikes. Het leuke van erop uit trekken met Tim is dat hij me vaak nét even over mijn eigen grens duwt. Dus daar waar een hek staat, klimmen wij erover heen om vervolgens op prachtige plekjes uit te komen. Waar ik het alleen niet zou hebben aangedurfd om van de ene rots naar de andere te springen, helpt Tim me vol geduld en vertrouw ik hem blind en durf de sprong te wagen. Zo klauterden we ook over een loopbrug in Port Arthur, kwamen beneden in the Caves en ontdekten waar de walgelijke stank vandaan kwam die we roken. Er lag in het donker van de grot een enorme dode walrus! Eenmaal daar voorbij kwamen we op een prachtig klein strandje en klommen we wat op de rotsen. Totdat Tim opeens heel zenuwachtig begint te lachen terwijl ik een foto sta te nemen. Hij zegt: “Niet schrikken, maar je bent nu waarschijnlijk een heel groot beest aan het fotograferen”. Ik doe mijn best om niet te verstijven van angst en helder te blijven. Eerst zorgen dat ik in evenwicht sta en niet uit kan glijden. Dan kijk ik op en zie een reusachtige walrus op een rotsblok op nog geen drie meter bij me vandaan in het zonnetje liggen. Wat een enorm beest! Om heel eerlijk te zijn wist ik niet hoe snel ik er voorbij wilde sluipen en zodra ik op een wat veiliger afstand was besefte ik pas hoe intens ik toch geniet van het samen avonturen beleven met Tim. 5 februari vlieg ik naar Bangkok, heb daar 2 nachten een hotel geboekt en ga dan verder kijken wat ik doe. Daarover natuurlijk meer in een volgende blog!